Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 januari 2025.
Hoge Raad
LCS Piping International B.V. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 5 december 2023, waarin een geschil over nabetaling na een aandelentransactie centraal stond. De klachten van LCS betroffen de bewijskracht van een onderhandse akte en de betrouwbaarheid van schriftelijke verklaringen.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Het oordeel is gegeven zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Tegen [verweerster] B.V. is verstek verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft het beroep van LCS verworpen en LCS veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van [verweerster] op nihil zijn begroot.
Het arrest is gewezen door vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van LCS Piping International B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten.