Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de betrokkene. Het beroep is ingesteld door de betrokkene en behandeld door de Hoge Raad.
De cassatiemiddelen waren identiek aan die in een samenhangende strafzaak en leidden niet tot cassatie. De Hoge Raad verwijst naar de motivering in het arrest van dezelfde dag in de strafzaak (ECLI:NL:HR:2025:1213).
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, maar dit leidt niet tot cassatie of andere rechtsgevolgen in deze ontnemingszaak. In de strafzaak zal worden beoordeeld of compensatie wegens termijnoverschrijding moet plaatsvinden.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het vonnis van het gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis van het gerechtshof Amsterdam.