Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
2 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam over rijden onder invloed van verdovende middelen en rijden terwijl het rijbewijs was ingevorderd. De verdachte was eerder veroordeeld tot een taakstraf die nog niet volledig was uitgevoerd, waardoor het hof het taakstrafverbod van artikel 22b Wetboek van Strafrecht toepaste bij de strafoplegging.
De advocaat-generaal concludeerde dat het hof ten onrechte het taakstrafverbod toepaste, omdat de taakstraf nog niet volledig was verricht. De Hoge Raad oordeelde dat dit middel slaagt en vernietigt daarom het deel van het arrest dat de strafoplegging betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe strafoplegging.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep voor het overige en hoeft geen nadere motivering te geven over de overige klachten. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Caminada en Trotman en uitgesproken in openbare terechtzitting op 2 september 2025.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt strafoplegging en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.