ECLI:NL:HR:2025:1217

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
29 augustus 2025
Zaaknummer
24/01520
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.5 WVW 1994Art. 9.7 WVW 1994Art. 22b Wetboek van StrafrechtArt. 7.1 WVW 1994Art. 9.5 WVW 1994
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt strafoplegging in zaak rijden onder invloed en rijbewijsinvordering

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam over rijden onder invloed van verdovende middelen en rijden terwijl het rijbewijs was ingevorderd. De verdachte was eerder veroordeeld tot een taakstraf die nog niet volledig was uitgevoerd, waardoor het hof het taakstrafverbod van artikel 22b Wetboek van Strafrecht toepaste bij de strafoplegging.

De advocaat-generaal concludeerde dat het hof ten onrechte het taakstrafverbod toepaste, omdat de taakstraf nog niet volledig was verricht. De Hoge Raad oordeelde dat dit middel slaagt en vernietigt daarom het deel van het arrest dat de strafoplegging betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe strafoplegging.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep voor het overige en hoeft geen nadere motivering te geven over de overige klachten. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Caminada en Trotman en uitgesproken in openbare terechtzitting op 2 september 2025.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt strafoplegging en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01520
Datum2 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 april 2024, nummer 23-002335-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
3.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 14 tot en met 21.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 september 2025.