Conclusie
“overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994”en (2)
“overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994”.
“degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs”als
“van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven”, zodat in het midden wordt gelaten welke ten laste gelegde variant bewezen is verklaard en door de gebezigde bewijsmiddelen zou moeten worden gedekt.
“van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs”betreft, berust m.i. dan ook op een kennelijke misslag. De Hoge Raad kan de bewezenverklaring met herstel van deze misslag lezen.
“overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994”(feit 1) en
“overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994”(feit 2).