ECLI:NL:HR:2025:1225

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
1 september 2025
Zaaknummer
23/01500
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 408 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onduidelijke mededeling vonnis aan verdachte

In deze zaak ging het om de vraag of het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden terecht had geoordeeld dat het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk was omdat het te laat was ingesteld. Het hof had aangenomen dat op 7 april 2021 aan verdachte een document was overhandigd dat het vonnis bevatte, waardoor de termijn voor hoger beroep was gaan lopen.

De Hoge Raad oordeelde echter dat de aanwijzingen die het hof hiervoor gaf niet toereikend waren om vast te stellen dat verdachte daadwerkelijk bekend was met de einduitspraak. De akte van uitreiking vermeldde niet expliciet wat aan verdachte was uitgereikt en het vonnis zelf ontbrak in de stukken.

Gelet op de gevolgen van bekendheid met de einduitspraak moeten aan de vaststelling van deze omstandigheid hoge eisen worden gesteld. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling en beslissing.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug wegens onvoldoende bewijs van mededeling vonnis aan verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01500
Datum2 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 april 2023, nummer 21-002895-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ArnhemLeeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep omdat het hoger beroep te laat is ingesteld.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 september 2025.