Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
2 september 2025.
Hoge Raad
In deze zaak ging het om de vraag of het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden terecht had geoordeeld dat het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk was omdat het te laat was ingesteld. Het hof had aangenomen dat op 7 april 2021 aan verdachte een document was overhandigd dat het vonnis bevatte, waardoor de termijn voor hoger beroep was gaan lopen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de aanwijzingen die het hof hiervoor gaf niet toereikend waren om vast te stellen dat verdachte daadwerkelijk bekend was met de einduitspraak. De akte van uitreiking vermeldde niet expliciet wat aan verdachte was uitgereikt en het vonnis zelf ontbrak in de stukken.
Gelet op de gevolgen van bekendheid met de einduitspraak moeten aan de vaststelling van deze omstandigheid hoge eisen worden gesteld. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling en beslissing.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug wegens onvoldoende bewijs van mededeling vonnis aan verdachte.