Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
5 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure vordert de eiser betaling van een geldsom van zijn moeder. De rechtbank wees de vordering af, en het hof Amsterdam bekrachtigde dit bij arrest. De eiser stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het hof.
Tijdens de procedure in hoger beroep vroeg de eiser op 5 april 2024 om een mondelinge behandeling, maar het hof heeft hier niet op beslist en heeft geen mondelinge behandeling gehouden. Dit verzoek was niet tijdig afgewezen, mede doordat de moeder haar antwoordakte aanvankelijk bij het verkeerde hof had ingediend, maar deze later alsnog werd geaccepteerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof op het verzoek om mondelinge behandeling had moeten beslissen en dat het niet beslissen daarop een schending van art. 87 Rv Pro inhoudt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.
De kosten van het cassatiegeding worden gereserveerd en begroot tot het moment van de einduitspraak. Het arrest is gewezen door de vicepresident en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.