Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 september 2025.
Hoge Raad
In deze zaak werd de verdachte veroordeeld voor moord door in 2021 een ander 25 keer met een mes te steken in een park in Almelo. Het hof legde een gevangenisstraf van tien jaren en TBS met dwangverpleging op. De verdachte stelde in cassatie dat het PBC-rapport waarop de TBS-oplegging was gebaseerd verouderd, onvolledig en gebrekkig was.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en hoefde dit niet nader te motiveren omdat het niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze van tien jaren naar negen jaren en elf maanden. Het overige cassatieberoep werd verworpen. De TBS-maatregel bleef ongewijzigd.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van tien jaren naar negen jaren en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.