Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste, het derde en het vierde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
28 januari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd vrijgesproken van medeplegen erfvredebreuk. Het geschil draaide om de vraag of het perceel in gebruik was bij de gemeente, of het een besloten erf betrof en of sprake was van wederrechtelijk vertoeven en het niet verwijderen op vordering.
Het hof oordeelde dat het perceel was afgesloten met betonblokken, waardoor het een besloten erf vormde in de zin van artikel 138 lid 1 Sr Pro. Verdachte en medeverdachten waren op de hoogte van sommatiebrieven van de gemeente om het erf te verlaten, wat de wederrechtelijkheid bevestigde. Het verweer dat de schorsing van een last onder dwangsom betekende dat er geen strafbaar feit was gepleit het hof terecht af.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. Tevens constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, maar ziet geen aanleiding voor verdere rechtsgevolgen gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke geldboete van €500.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van verdachte voor medeplegen erfvredebreuk.