ECLI:NL:HR:2025:1253

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
9 september 2025
Zaaknummer
24/01487
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 33a.1.f SrArt. 33a.1.b Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake profijtontneming bij medeplegen gewoontewitwassen diamantroof

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2024, waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld ten laste van de betrokkene in verband met medeplegen van gewoontewitwassen bij een diamantroof op Schiphol in 2005.

De betrokkene stelde meerdere klachten aan de orde, waaronder de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.), de waardering van inkomsten uit een cafetariabedrijf, de financiering van een leaseauto, en de niet in mindering gebrachte rekeningen. Tevens werd betoogd dat persoonlijke omstandigheden tot matiging van de betalingsverplichting moesten leiden en dat verbeurdverklaarde vorderingen op een vennootschap onder firma in mindering gebracht hadden moeten worden.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01487 P
Datum30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2024, nummer 23-001392-23, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat R. Zilver bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 september 2025.