ECLI:NL:HR:2025:1266
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 29 april 2025. De Hoge Raad onderzocht de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit de processtukken bleek dat het beroepschrift niet binnen de zeswekentermijn van artikel 6:7 Awb Pro was ingediend, noch binnen de termijn van artikel 6:9, lid 2, Awb.
De Hoge Raad gaf belanghebbende op 25 juni 2025 de gelegenheid om een toelichting te geven op de termijnoverschrijding, maar belanghebbende maakte geen gebruik van deze mogelijkheid. Op grond hiervan werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard volgens artikel 6:6 Awb Pro.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij op 12 september 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.