ECLI:NL:HR:2025:1284
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag accijns
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hoger beroep was ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over een naheffingsaanslag in de accijns, cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Er is geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het gerechtshof in stand.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren en is in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof blijft in stand.