Uitspraak
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 mei 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag in de accijns heeft behandeld. De zaak betreft een fiscale geschil over de opgelegde naheffingsaanslag door de Staatssecretaris van Financiën.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.