ECLI:NL:HR:2025:1304

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2025
Publicatiedatum
12 september 2025
Zaaknummer
23/04483
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 Sr (oud)Art. 342 lid 2 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring feitelijke aanranding eerbaarheid hoogbejaarde vrouwen

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid van meerdere hoogbejaarde vrouwen die in hetzelfde wooncomplex woonden. De rechtbank sprak verdachte vrij ten aanzien van één slachtoffer. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van drie slachtoffers op essentiële punten overeenkwamen en dat de modus operandi van verdachte vergelijkbaar was, waardoor schakelbewijs kon worden toegepast.

Het hof stelde vast dat verdachte steeds op vergelijkbare wijze contact zocht met de vrouwen door boodschappen te doen of klusjes te verrichten, en zich vervolgens in beslotenheid aan hen opdrong door hen onverhoeds bij hun borsten te grijpen. Dit leidde tot een bewezenverklaring op basis van de schakelbewijsconstructie en het bewijsminimum zoals bedoeld in art. 342 Sv Pro.

De verdachte stelde in cassatie verschillende klachten aan de bewezenverklaring, waaronder over de toepassing van het schakelbewijs en het bewijsminimum. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat de redenering omtrent de schakelbewijsconstructie niet onbegrijpelijk was. Het cassatiemiddel werd verworpen.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof Den Haag en verwierp het cassatieberoep van verdachte. Het vonnis werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 16 september 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring van feitelijke aanranding van hoogbejaarde vrouwen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04483
Datum16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 november 2023, nummer 22-000365-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N. Roos bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt met verschillende deelklachten op tegen de bewezenverklaring.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 september 2025.