Conclusie
1.Het cassatieberoep
Sv”) geschonden alsmede het bepaalde in artikel 246 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna te noemen: “
Sr”), waardoor tevens sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces ex artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna te noemen: “
EVRM”).”
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Met betrekking tot dagvaarding I onder 1 subsidiair en 2:
“Ik ben dat niet gewend”.
Nadere bewijsoverweging