ECLI:NL:HR:2025:1306

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2025
Publicatiedatum
12 september 2025
Zaaknummer
24/03944
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350.1 SrArt. 359.3 SvArt. 423.1 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontoereikende motivering bewezenverklaring beschadiging auto

In deze zaak stond de beschadiging van een auto centraal, waarbij het hof de bewezenverklaring had gebaseerd op een summiere opgave van bewijsmiddelen conform artikel 359 lid 3 Sv Pro. De verdediging had echter vrijspraak bepleit, waardoor het hof volgens de Hoge Raad een nadere motivering had moeten geven zoals vereist in artikel 423 lid 1 Sv Pro.

De advocaat-generaal concludeerde dat het hof tekort was geschoten in zijn motivering door niet te voldoen aan de wettelijke vereisten voor de bewezenverklaring in hoger beroep. Dit leidde tot de vernietiging van het arrest van het hof, maar uitsluitend voor het onderdeel betreffende de bewezenverklaring en de strafoplegging.

De Hoge Raad wees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening van de zaak. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De schadevergoedingsmaatregel bleef ongewijzigd.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 16 september 2025.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03944
Datum16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2024, nummer 22-001688-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak met parketnummer 10-139541-21 onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel voert aan dat het hof wat betreft de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 10-139541-21 ten onrechte heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering, omdat in dat opzicht vrijspraak is bepleit.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 10-139541-21 en de strafoplegging met uitzondering van de schadevergoedingsmaatregel in de zaak met parketnummer 10-069143-21;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 september 2025.