Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
16 september 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de beschadiging van een auto centraal, waarbij het hof de bewezenverklaring had gebaseerd op een summiere opgave van bewijsmiddelen conform artikel 359 lid 3 Sv Pro. De verdediging had echter vrijspraak bepleit, waardoor het hof volgens de Hoge Raad een nadere motivering had moeten geven zoals vereist in artikel 423 lid 1 Sv Pro.
De advocaat-generaal concludeerde dat het hof tekort was geschoten in zijn motivering door niet te voldoen aan de wettelijke vereisten voor de bewezenverklaring in hoger beroep. Dit leidde tot de vernietiging van het arrest van het hof, maar uitsluitend voor het onderdeel betreffende de bewezenverklaring en de strafoplegging.
De Hoge Raad wees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening van de zaak. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De schadevergoedingsmaatregel bleef ongewijzigd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 16 september 2025.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.