Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
23 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een klager tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland over beslag op een personenauto en Oostenrijkse kentekenplaten. De auto was in Duitsland gekocht, maar bleek gestolen te zijn. De klager stelde zich op het standpunt dat hij als rechthebbende moest worden aangemerkt op grond van derdenbescherming volgens artikel 3:86 BW Pro.
De Hoge Raad heeft de klachten van de klager beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep in cassatie is daarom verworpen. De beschikking is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 23 september 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de gestolen auto blijft gehandhaafd.