ECLI:NL:HR:2025:1333
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 5 juni 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Deze brief werd volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht werd echter niet voldaan. Op 8 juli 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende waarin deze werd uitgenodigd om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Tevens werd een kennisgeving van deze plaatsing naar het opgegeven e-mailadres van belanghebbende verzonden. De Hoge Raad nam aan dat belanghebbende dit bericht op 8 juli 2025 heeft ontvangen.
Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd op 19 september 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.