ECLI:NL:HR:2025:1334
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende op 5 juni 2025 bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze brief werd het griffierecht niet voldaan.
Op 8 juli 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres, waarin belanghebbende werd verzocht te reageren op de niet-betaling. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege het niet voldoen aan de griffierechtverplichting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het arrest is op 19 september 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.