ECLI:NL:HR:2025:1338
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De griffier heeft belanghebbende op 7 mei 2025 aangetekend gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Hoewel de brief is ontvangen, heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan.
Op 16 juni 2025 is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht, maar hier is geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 19 september 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.