ECLI:NL:HR:2025:1349
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 mei 2025. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van dit beroep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarin is bepaald dat de Hoge Raad alleen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van bestuursrechters indien dit wettelijk is toegestaan.
In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State openstelt. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren M.T. Boerlage (voorzitter), A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.