ECLI:NL:HR:2025:1353
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak over adresregistratie
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 mei 2025. De zaak betrof een geschil over de toepassing van artikel 6 van Pro de Wet basisregistratie adressen en gebouwen en artikel 3, tweede en vierde lid, van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) Delft 2022.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in dergelijke bestuursrechtelijke geschillen.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd op 19 september 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor cassatie.