Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het vijfde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
4.Beslissing
30 september 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de invoer van cocaïne via zeilboten vanuit het Caraïbisch gebied, deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van witwassen. Het hof Amsterdam had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over bewijs en procedure niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat waren ingezonden en de cassatieprocedure meer dan twee jaar had geduurd.
Als gevolg daarvan vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze van 36 naar 33 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 30 september 2025.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 36 naar 33 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.