Conclusie
Nummer22/04624
eerstemiddel ziet op de afwijzing van een getuigenverzoek. Het
tweedemiddel betreft de bewijsvoering van de feiten 1 en 2. Het
derdeen
vierdemiddel betreffen de bewijsvoering van feit 3. Het
vijfdemiddel klaagt dat de aanvulling op het verkorte arrest niet is ondertekend. Het
zesdemiddel klaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Bewezenverklaring en bewijsvoering van de feiten 1 en 2
feit 1 ((ZDE05)
5. Inleiding
eerste instructiestaat, voor zover relevant, het volgende:
tweede instructiehoudt, voor zover relevant, een lijst van punten in die moeten worden besproken. Onder meer is te lezen:
derde instructiehoudt wederom een aantal aanwijzingen in verband met een aan te schaffen boot in. Meer in het bijzonder is te lezen:
) contant kan betalen (...) Ze mogen de boot geen seconde alleen laten zorg dat er altijd iemand aan boord is. [betrokkene 1] weet waarom en wat er kan gebeuren als je hem alleen laat liggen.Bug(het hof begrijpt: een microfoon of zender
). En geen gebel naar familie in Holland (...) terwijl ze daar zijn. (...) Vraagt men bij vertrek in Praia waar ga je heen dankanaries(het hof begrijpt: de Canarische eilanden) is een goede richting. Geen van de mensen mag mee nemen een eigen G.M.S. vanuit Nederland. Alleen jou man heeft die sat telefoon en een schone nieuwe ongebruikte G.S.M. (…)’.
(On)voorwaardelijk opzet bij feiten 1 en 2 (voorbereidingshandelingen en deelneming criminele drugorganisatie)
zeker weetdat – als sprake zou zijn van een organisatie – deze het oogmerk heeft om voorbereidingshandelingen voor (dan wel voltooide) drugstransporten te plegen.
2004-2006geschreven, terwijl de verdenking ziet op de periode 2013-2014 en dus
8/9 jaar later. Het enkele feit dat wat hij daarin beschrijft overeenkomsten vertoont met gedragingen binnen het onderzoek Azure, maakt nog niet dat daaruit ook mag worden afgeleid dat die gedragingen dus uitsluitend in dat licht kunnen worden bezien. Een groot deel van de gedragingen past namelijk ook weer gewoon bij het zeilen op zee en veel daarvan zijn helemaal niet door cliënt verricht. Maar het belangrijkste blijft dat de brieven geen bewijs leveren voor wetenschap bij cliënt of het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans van betrokkenheid bij voorgenomen harddrugs transporten. Want ook die stap moet nog gemaakt worden, namelijk dat het hier om lijst 1 Opiumwet middelen moet gaan en dus niet om andere verboden middelen.
“het woord tegel [altijdwordt] gebruikt voor cocaïne”(onderstreping en dikgedrukt lettertype, KC) zonder enige vorm van onderbouwing. Ik zal dit requisitoir bewaren voor het geval in een andere zaak enig lid van het openbaar ministerie ooit nog een andere betekenis aan het woord tegel zal geven. Maar het is natuurlijk niet waar. In het dossier wordt misleidend een foto geplaatst van een blok cocaïne dat is aangetroffen op een heel andere boot die verder helemaal niets met deze zaak van doen heeft (behalve dan dat sprake was van dezelfde informant). Maar als we ‘tegel’ in deze zin vervangen door cocaïne(blok) dan is volstrekt onduidelijk wat dan bedoeld wordt. De zin zou dan luiden: “hoop je later WEL TE HOREN WAT JE WIL DOEN VRIEND EN WELKE COCAINE(BLOK) IK HET VIND". Daar is werkelijk geen touw aan vast te knopen. Want hoe zou [medeverdachte 1] dan iets van de cocaïne kunnen vinden die dan op de boot zou moeten worden geladen? Hier kan dus niet op cocaïne zijn gedoeld.
juist om hennep of hasj, in één geval zelfs bij ‘witte tegels’ (…)
Conclusie
Het procesverloop in verband met het getuigenverzoek inzake [medeverdachte 5]
A. Horen van getuigen
vijfdeverdachte, gedagvaard als
[verdachte] ,
vijfdeverdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, die meedeelt dat de verdachte op de hoogte is van de zitting en dat hij
weluitdrukkelijk is gemachtigd als raadsman, de verdachte te verdedigen.
vierde[medeverdachte 8] ) is verzocht om een/de
medeverdachte(n) – over en weer – als getuigente horen;
vijfde[verdachte] en doet dit aan de hand van zijn pleitnotities. Deze worden aan het hof overgelegd en in het dossier gevoegd.
toegewezen, met dien verstande dat:
vijfde[verdachte] als getuigen zullen worden gehoord: [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] ;
A. Horen van getuigen
2 november 2022
eersteverdachte, ter terechtzitting verschenen, antwoordt op vragen van de voorzitter te zijn:
[verdachte] ,
Bespreking van het eerste middel
Terechtzitting na schorsing van het onderzoek
defence witnesses’ voorop stelt dat een toereikend gemotiveerd verzoek moet worden gedaan om een getuige te horen, en dat in dat geval de relevantie van een verklaring van die getuige moet worden betrokken bij de beslissing of de getuige wordt gehoord. Die overwegingen sluiten aan bij de benadering die in Murtazaliyeva tegen Rusland is geformuleerd voor de beoordeling van verzoeken om een ‘
defence witness’te horen. [4] De eerste vraag is of het verzoek ‘
was sufficiently reasoned and relevant to the subject matter of the accusation’. De tweede vraag is of de rechters ‘
considered the relevance of that testimony and provided sufficient reasons for their decision not to examine a witness at trial’. Ik begrijp een en ander aldus dat ingeval het verzoek niet toereikend gemotiveerd is en/of de relevantie van een verklaring van de getuige gering is, afwijzing op grond van het – in lijn met Murtazaliyeva tegen Rusland uit te leggen – criterium van artikel 288, eerste lid, onder c, Sv naar het oordeel van Uw Raad in de rede ligt.
defence witness’ betreft, dat de verdediging naar het oordeel van het hof geen argumenten voor het getuigenverzoek heeft opgegeven die toewijzing rechtvaardigen, en dat het belang van een getuigenverklaring van [medeverdachte 5] (zeer) beperkt is. Die overwegingen impliceren dat het hof heeft vastgesteld dat ook de in artikel 288, eerste lid, onder c, Sv geformuleerde grond de afwijzing kan dragen. Uit deze overwegingen volgt ook dat het hof de gronden heeft beoordeeld die aan het getuigenverzoek ten grondslag zijn gelegd, de relevantie van de getuigenverklaring heeft beoordeeld en redenen voor de afwijzing heeft opgegeven.
unreachability’ van de getuige. [6] In dat geval is in de regel vereist dat de nationale autoriteiten ‘
have resorted to international legal assistance where a witness resided abroad and such mechanisms were available’. Dat is in dit geval niet gebeurd. Daarmee is evenwel nog niet gezegd dat, als ten onrechte zou zijn aangenomen dat van ‘
unreachability’sprake is, het recht op een eerlijk proces is geschonden. Ook in dat verband komt betekenis toe aan het belang van de getuigenverklaring. [7] In de vaststellingen van het hof ligt naar het mij voorkomt besloten dat de procedure in haar geheel voldoet aan het recht op een eerlijk proces.
Bespreking van het tweede middel
Bewezenverklaring en bewijsvoering van feit 3; passages uit de pleitnota
feit 3 (ZD E02)
6.3 Overwegingen ten aanzien van feit 3 (witwassen)
Jaar Totaal brutoloon Totaal vermogen
6.3.2.1 De money transfers
6.3.2.2 De zeilboten
6.3.3.1 De money transfers
6.3.3.2 De zeilboten
33. Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal van bevindingen van 7 december 2020, opgesteld door de opsporingsambtenaar [verbalisant] (…).
relaas van voornoemde verbalisant:
Inkomen uit (voormalige) arbeid (box I)
Belastingdienst betreffende Netto besteedbaar
totaal inkomen [medeverdachte 8]
Inkomen uit aanmerkelijk belang (box II)
Inkomen uit vermogen (box III)
Jaar Totaal
Toeslagen
7.november 2022
Witwassen (feit 3)