ECLI:NL:HR:2025:14

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
23/02025
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 232b Sr BESArt. 9 Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies CN
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens opzettelijk niet voldoen aan inlichtingenverplichting na coronasteun op Bonaire

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk niet voldoen aan de inlichtingenverplichting na het ontvangen van tijdelijke steun vanwege de coronapandemie op Bonaire, op grond van artikel 232b Sr BES en artikel 9 van Pro de Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies CN.

Het cassatieberoep richtte zich op bewijsklachten omtrent het opzet van verdachte. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het hofvonnis konden leiden en dat motivering niet noodzakelijk was omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Kooijmans en Posthumus. Het beroep werd verworpen, waarmee het hofvonnis in stand bleef en de veroordeling gehandhaafd werd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02025 C
Datum11 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 13 april 2023, nummer H 83/2021, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 februari 2025.