Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een B.V., stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een naheffingsaanslag BPM en de daarbij behorende belastingrente. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar deze niet ontvankelijk verklaard voor vernietiging van het hofarrest.
Daarnaast heeft belanghebbende een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure. De Hoge Raad constateert een termijnoverschrijding van maximaal zes maanden sinds het instellen van het cassatieberoep op 27 juli 2023 tot het arrest op 26 september 2025. Daarom kent de Hoge Raad een vergoeding van €500 toe.
De Hoge Raad veroordeelt tevens de Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie en Veiligheid, in de proceskosten van belanghebbende voor het cassatiegeding, vastgesteld op €227 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende ontvangt een vergoeding van €500 wegens termijnoverschrijding.