ECLI:NL:HR:2025:1416
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier op 8 juli 2025 een bericht in het digitale dossier geplaatst waarin belanghebbende in de gelegenheid werd gesteld om aan te geven waarom het griffierecht niet was betaald. Deze kennisgeving is ook per e-mail verzonden. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 26 september 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.