ECLI:NL:HR:2025:1418
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij brief op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Ondanks ontvangst van deze brief werd het griffierecht niet voldaan.
De Hoge Raad plaatste vervolgens een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres, waarmee belanghebbende op 8 juli 2025 in de gelegenheid werd gesteld om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze mogelijkheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 26 september 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.