ECLI:NL:HR:2025:1420
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 5 juni 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken hiervoor. Deze brief werd volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht werd echter niet betaald. Op 8 juli 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende waarin deze werd uitgenodigd om een verklaring te geven voor het niet betalen. Tevens werd een kennisgeving van deze plaatsing verzonden naar het opgegeven e-mailadres van belanghebbende. Gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, wordt aangenomen dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen op 8 juli 2025.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid om te reageren. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 26 september 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.