ECLI:NL:HR:2025:1421
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende, een B.V., heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 5 juni 2025 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres van belanghebbende.
Het griffierecht is echter niet betaald. Vervolgens heeft de griffier op 14 juli 2025 een bericht in het digitale dossier geplaatst waarin belanghebbende in de gelegenheid werd gesteld te reageren op het niet betalen van het griffierecht. Deze kennisgeving is ook via e-mail verzonden, en de Hoge Raad gaat ervan uit dat belanghebbende dit bericht op 8 juli 2025 heeft ontvangen. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 26 september 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.