ECLI:NL:HR:2025:1429

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
23/03681
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 134.2.a SvArt. 6:1:13 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake beslag op geldbedrag bij diefstal fiets

De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam over een klaagschrift inzake beslag op een geldbedrag van €700, dat verband hield met diefstal van een fiets door verbreking.

Het Openbaar Ministerie had besloten het inbeslaggenomen geldbedrag aan klager terug te geven, maar met verrekening van openstaande schulden aan de staat via het Centraal Justitieel Incasso Bureau. Hierdoor was het beslag feitelijk geëindigd, ook al was het geldbedrag niet direct aan klager uitgekeerd.

De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, omdat het beslag was opgeheven en het geschil feitelijk was opgelost. De Hoge Raad volgde deze conclusie en nam het cassatieberoep niet in behandeling.

De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 30 september 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag is geëindigd door teruggave met verrekening.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03681 B
Datum30 september 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 21 september 2023, nummer RK 23/017888, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot nietontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 september 2025.