Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
30 september 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het rijden op een opgevoerde brommer zonder geldig rijbewijs. In hoger beroep stelde hij dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat het te laat was ingesteld. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijk onderzoek omdat het beroep na de wettelijke termijn was ingediend.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek uit het proces-verbaal dat de verdachte niet het recht was gelaten het laatste woord te voeren, zoals voorgeschreven in artikel 283 lid 6 jo Pro. lid 3 Sv. De verdachte had verklaard dat hij de stukken niet tijdig had ontvangen en dat hij niet op de hoogte was van de termijn voor hoger beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet naleven van het recht op het laatste woord leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor een nieuwe berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting wegens niet-naleving van het recht op het laatste woord.