Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
30 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 30 september 2025 het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2023. De verdachte werd veroordeeld voor het bedreigen van een persoon met een misdrijf tegen het leven gericht, door tijdens een gesprek met een reclasseringsmedewerker te zeggen dat hij het slachtoffer met een steigerpijp zou doden.
Het hof had vastgesteld dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte was gebracht van de bedreiging via de reclasseringsmedewerker en de politie, en dat de bedreiging zodanig was dat bij de bedreigde in redelijkheid vrees kon ontstaan voor zijn leven. Tevens oordeelde het hof dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat de bedreigde van de bedreigingen zou vernemen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klacht dat het opzet van de verdachte niet gericht zou zijn op het doen ontstaan van vrees bij de bedreigde. De redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar gezien de opgelegde taakstraf van tien uur werd dit zonder verdere sancties geconstateerd.
De uitspraak onderstreept dat indirecte bedreigingen via derden strafbaar zijn indien de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte raakt en vrees voor zijn leven kan ontstaan, en dat het opzet van de dader daarop gericht moet zijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht blijft gehandhaafd.