Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde en het vierde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
30 september 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor opruiing op grond van artikel 131 lid 1 Sr Pro, omdat hij via een openbaar Instagramaccount uitnodigingen en instructies verspreidde voor een illegaal feest tijdens de corona-pandemie. Het feest vond plaats in de nacht van 24 op 25 oktober 2020, terwijl toen geldende noodverordeningen het organiseren en deelnemen aan dergelijke evenementen verboden.
Het hof stelde vast dat verdachte niet alleen uitnodigingen verstuurde, maar ook substantieel bijdroeg aan de organisatie, onder meer door het regelen van een soundbox, het verkopen van waterflessen en het innen van entreegeld. De uitingen werden gedaan via een Instagramaccount met enkele duizenden volgers, toegankelijk voor het publiek, waardoor het opruiende karakter van de uitingen in het openbaar was.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de uitingen van verdachte opruiing vormden, dat deze in het openbaar waren gedaan en dat het bewijs daarvoor toereikend was. Ook de ontvankelijkheid van het cassatieberoep werd bevestigd. Het beroep werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opruiing via social media voor illegaal corona-feest.