ECLI:NL:HR:2025:1440

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
28 september 2025
Zaaknummer
24/01581
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 SrArt. 10 EVRMArt. 11 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing cassatiezaak medeplegen lokaalvredebreuk tijdens demonstratie

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van lokaalvredebreuk in de hal van het ministerie van Economische Zaken tijdens een demonstratie. In cassatie stelde de verdachte dat de strafvervolging in strijd was met de vrijheid van meningsuiting en vergadering zoals beschermd door artikel 10 en Pro 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel gegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof Den Haag vernietigd. De reden hiervoor is dat de strafvervolging onverenigbaar is met de genoemde EVRM-bepalingen, zoals nader toegelicht in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2025:1313).

De zaak is terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening. Hiermee wordt de procedure hervat met inachtneming van de fundamentele rechten van de verdachte.

De uitspraak onderstreept het belang van de bescherming van grondrechten bij strafvervolgingen die samenhangen met demonstraties en uitingen van meningsuiting.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01581
Datum30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 april 2024, nummer 22-002995-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Het cassatiemiddel is schriftelijk toegelicht.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de verwerping van het verweer dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege onverenigbaarheid van de strafvervolging met artikel 10 en Pro 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2.2
Voor zover het cassatiemiddel daarover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 24/01580, ECLI:NL:HR:2025:1313.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien, M. Kuijer, F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 september 2025.