Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
7 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor gewoontewitwassen van grote sommen geld en horloges, op grond van artikel 420bis.1.a en 420bis.1.b jo. 420ter Sr. Het hof oordeelde dat verdachte geen concrete, verifieerbare verklaring had gegeven over de herkomst van verzekeringsuitkeringen en horloges. Tevens stelde het hof vast dat het aangeleverde Excel-bestand alleen contante stortingen bevatte die reeds als verklaard waren aangemerkt en dus buiten het in het tll. opgenomen bedrag vielen.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, met een eventuele ambtshalve vernietiging en vermindering van de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, maar vanwege de beperkte mate van overschrijding geen aanleiding bestond om hieraan rechtsgevolgen te verbinden. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat verdachte veroordeelde voor gewoontewitwassen blijft in stand.