ECLI:NL:HR:2025:1486
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. Het hof heeft op 11 juni 2024 uitspraak gedaan, waarna belanghebbende beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en gelet op de klachten en het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakt de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 3 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk zonder verdere motivering.