Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg van 19 maart 2025, waarin een verzoek tot uitlevering door het Koninkrijk Marokko werd toegewezen.
De advocaat van de opgeëiste persoon heeft een cassatiemiddel ingediend, maar de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest op 7 oktober 2025 gewezen door de vice-president Borgers, en raadsheren Kooijmans en Posthumus.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de opgeëiste persoon wordt verworpen, waardoor de uitleveringsuitspraak van de rechtbank Limburg in stand blijft.