ECLI:NL:PHR:2025:831
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanhouding behandeling uitleveringsverzoek aan Marokko
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan Marokko wegens diverse strafbare feiten, waaronder drugshandel en valsheid in geschrifte. De rechtbank Limburg verklaarde de uitlevering toelaatbaar en wees een verzoek tot schorsing van de behandeling af, omdat de opgeëiste persoon niet aanwezig kon zijn vanwege een vermeende angst- en paniekstoornis.
De raadsman van de opgeëiste persoon verzocht om aanhouding van de behandeling op grond van diens gezondheid, maar de rechtbank vond dat het belang van een spoedige en doeltreffende behandeling zwaarder woog dan het aanwezigheidsrecht van de opgeëiste persoon. Deze beslissing werd gemotiveerd door het feit dat de procedure al tweemaal was geschorst om dezelfde reden en dat er geen objectieve medische onderbouwing was voor de stoornis.
De Hoge Raad stelt vast dat de regels over aanhouding van de verdachte in een strafproces niet zonder meer toepasbaar zijn op uitleveringsprocedures. Het cassatiemiddel faalt omdat de rechtbank haar beslissing voldoende heeft gemotiveerd en deze niet onbegrijpelijk is. De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is om het beroep te verwerpen.
Uitkomst: Het verzoek tot aanhouding van de behandeling van het uitleveringsverzoek wordt afgewezen en de uitlevering blijft toelaatbaar.