Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1545

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
9 oktober 2025
Zaaknummer
24/03034
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 lid 1 SrArt. 311 lid 1 sub 4 SrArt. 311 lid 1 sub 5 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen oplichting en diefstal met valse sleutel bevestigd door Hoge Raad

In deze zaak stond de verdachte terecht voor meervoudige medeplegen van oplichting en diefstal met behulp van een valse sleutel. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 52 maanden. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Namens hem dienden advocaten een cassatiemiddel in, maar de advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad bevestigde dat het LOVS-oriëntatiepunt voor fraude niet van toepassing is op bewezenverklaarde oplichting in deze zaak. Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en bleef de straf van 52 maanden gevangenisstraf in stand. Het arrest werd gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Kooijmans en Kuiper.

Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; gevangenisstraf van 52 maanden bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03034
Datum14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 juli 2024, nummer 20-002320-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Kuijper en S.F.W. van ’t Hullenaar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 oktober 2025.