ECLI:NL:HR:2025:1562

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
24/03210
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 SvArt. 552a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beslag op personenauto wegens ongeldig rijbewijs

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 22 juli 2024, waarbij beslag was gelegd op een personenauto die in verband stond met verdenking van rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.

Klaagster stelde onder meer dat de behandeling in de raadkamer openbaar had moeten plaatsvinden en dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had verricht naar de proportionaliteit en subsidiariteit van de voortzetting van het beslag, vooral omdat de inbeslaggenomen auto de woning van klaagster betrof.

De Hoge Raad heeft de klachten van klaagster beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter, met raadsheren Trotman en Kuiper, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Kea.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het beslag op de personenauto.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03210 B
Datum9 december 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 22 juli 2024, nummer RK 24/012613, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.