ECLI:NL:HR:2025:1587
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres van belanghebbende.
Het griffierecht werd echter niet voldaan. De griffier plaatste vervolgens een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres, waarmee belanghebbende op 12 augustus 2025 in de gelegenheid werd gesteld om te reageren op de niet-betaling.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.