ECLI:NL:HR:2025:1588
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 14 juli 2025 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks ontvangst van deze kennisgeving heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan.
Op 12 augustus 2025 heeft de griffier belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om aan te geven waarom het griffierecht niet was betaald, met een kennisgeving via het digitale dossier en e-mail. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en doet uitspraak in aanwezigheid van de vice-president en raadsheren op 17 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.