ECLI:NL:HR:2025:159

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
30 januari 2025
Zaaknummer
22/04430
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 511c SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beëindiging beslag na schikking

De zaak betreft een cassatieberoep van klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake beslag op haar bankrekening in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen haar partner.

Na de bestreden beschikking is in de ontnemingsprocedure tegen de partner van klaagster een schikking getroffen op basis van artikel 511c Sv. Deze schikking houdt onder meer in dat het saldo van de bankrekening wordt overgedragen aan de Staat, waardoor het beslag is geëindigd.

De advocaat-generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het belang van klaagster is komen te vervallen door de beëindiging van het beslag. De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 11 februari 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens beëindiging van het beslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04430 B
Datum11 februari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 12 september 2022, nummer RK 22/001379, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren op [geboortedatum] 1982,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J. Zevenboom, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de klaagster nietont-vankelijk wordt verklaard in haar cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 februari 2025.