ECLI:NL:HR:2025:1590
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht werd niet voldaan.
Op 12 augustus 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende om te vragen waarom het griffierecht niet was betaald, en stuurde hiervan een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep in cassatie daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 17 oktober 2025 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.