ECLI:NL:HR:2025:1613
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024. Dit hoger beroep betrof diverse uitspraken van de Rechtbank Gelderland over door belanghebbende op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 24 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van lagere rechters en betekent dat de door belanghebbende betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen niet wordt teruggevorderd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.