ECLI:NL:HR:2025:1614
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende, een besloten vennootschap, beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024. Het geschil betreft een belastingrechtelijke kwestie waarbij de Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie en Veiligheid, partij is.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep getoetst en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is besloten geen proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 24 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, vertegenwoordigd door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.