ECLI:NL:HR:2025:1623

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
24/01953
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 lid 2 SrArt. 282 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 359 lid 2 SvArt. 6:106.b BW
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen kinderontvoering naar India

In deze strafzaak stond de kinderontvoering van een tweejarig meisje in 2016 centraal. De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag. De zaak betrof het met geweld weghalen van het kind bij haar moeder in Amsterdam en het meenemen naar India.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onrechtmatig bewijs had gebruikt door een verklaring van een deskundige van de Indiase ambassade toe te laten zonder dat de verdediging ondervragingsrecht had kunnen uitoefenen. Ook voerde hij aan dat de strafmotivering onvoldoende rekening hield met zijn blanco strafblad, leeftijd, verminderde toerekeningsvatbaarheid en de media-aandacht met bedreigingen.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Het hof had het bewijs en de strafoplegging voldoende zorgvuldig gemotiveerd. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf van 48 maanden bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01953
Datum4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024, nummer 23-002766-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de [benadeelde] heeft de advocaat J.P. Plasman een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 november 2025.