ECLI:NL:HR:2025:1652
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak 2018
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2018. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had eerder uitspraak gedaan in deze zaak. Belanghebbende richtte zich vervolgens tot de Hoge Raad met een cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en is tot het oordeel gekomen dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad had de gelegenheid gekregen om advies uit te brengen, hetgeen heeft bijgedragen aan de beslissing. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen.
Het arrest is op 7 november 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, J.A.R. van Eijsden, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.