ECLI:NL:HR:2025:1659
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 16 juli 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet voldaan.
Op 14 augustus 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de vraag om opheldering over het niet betalen van het griffierecht. Tevens werd een kennisgeving verzonden naar het opgegeven e-mailadres. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid om te reageren.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd op 7 november 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.