Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
11 november 2025.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 februari 2023, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen vanwege bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt.
De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatiefase is overschreden, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Dit leidt echter niet tot een andere rechtsgevolg in deze zaak. In de aanhangige strafzaak die samenhangt met deze ontnemingszaak zal de termijnoverschrijding worden beoordeeld op mogelijke compensatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.